Citaat | Gerechtshof Den Haag 11 oktober 2016
Onder 2.2 Gerechtshof Den Haag 11 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 11 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3014.
€ 100.000,- te boven gaat. De eerste voorwaarde is niet toewijsbaar; de kosten van het deskundigenonderzoek zullen uiteindelijk moet worden gedragen door de (voor het merendeel) in het ongelijk gestelde partij, met dien verstande dat aanleiding kan bestaan voor een compensatie als partijen over en weer op enige punten in het ongelijk worden gesteld (art. 237 lid 1 Rv). Dit geldt ook indien aan (een van beide) partijen, vanwege een aan hen/haar verstrekte toevoeging, geen voorschot zou worden opgelegd (art. 195 jo. art. 244 Rv). Wat dat voorschot betreft, bepaalt art. 195 Rv dat dit dient te worden voldaan door de eisende partij, als hoedanig Milieudefensie c.s. is aan te merken. Als uitzondering op deze hoofdregel noemt art. 195 Rv o.a. dat bij het vonnis, bedoeld in art. 194 lid 1 Rv, in verband met de omstandigheden van het geding de wederpartij of beide partijen tezamen daartoe is of zijn aangewezen. Tot de omstandigheden van het geding behoort in dit geval o.a. dat denkbaar is dat Shell (SPDC) in fase 2 zou moeten worden belast met (nadere) bewijslevering van de juistheid van haar verweer dat de lekkage het gevolg is van sabotage. Aan die bewijslevering zou dan in beginsel ook op andere wijze kunnen worden voldaan dan door middel van een (fysiek) onderzoek door deskundigen. Gelet op een en ander zouden met betrekking tot de voorschotbetaling partijen tezamen kunnen worden aangewezen. De beslissing hierover wordt aangehouden. Aangaande het verzoek van Milieudefensie c.s. om een benoeming van deskundigen achterwege te laten als het totale financieel risico voor Milieudefensie een bedrag van ca € 100.000 te boven gaat - voorwaarde (ii), die gelijkenis vertoont met een eerder in de jurisprudentie aan de orde gekomen maximeringsverzoek: ECLI:NL:HR:2002:AE3345; vgl. ook art. 2:350 lid 3 BW - is van belang dat duidelijkheid ontstaat op welk bedrag de deskundigen de kosten van hun onderzoek in deze en de samenhangende zaken ramen. Het antwoord op die vraag is uiteraard mede afhankelijk van het aantal te benoemen deskundigen en het type onderzoek dat zij noodzakelijk achten ter beantwoording van de aan hen voor te leggen vragen. Voor zover daarbij wordt uitgekomen op een fysiek onderzoek ter plaatse, waartoe dan de pijpleiding dient te worden opgegraven/blootgelegd (en mogelijk schoongespoeld), vormen de kosten daarvan in beginsel onderdeel van de kosten van het deskundigenonderzoek. Volgens Shell (brief van 27 mei 2016 punt 2.3.2) gaat het daarbij om een bedrag van ca. USD 300.000. Hoewel Milieudefensie c.s. dit bedrag in de van haar ontvangen correspondentie niet betwist komt het dienstig voor dat Shell de samenstelling ervan specificeert. Haar wordt verzocht die specificatie te verstrekken voorafgaande aan de bij dit arrest te gelasten comparitie van partijen. Ter comparitie zal ook worden stilgestaan bij de veiligheidsaspecten en de zekerheid dat, indien wordt geopteerd voor een onderzoek ter plaatse, toegang wordt verleend tot het desbetreffende gebied.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e719fb28bf3e4270654222363e8136efe86af51d755c733d15a513624b5d1f67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e719fb28bf3e4270654222363e8136efe86af51d755c733d15a513624b5d1f67, en de alinea staat in dat document op bytes 13605 tot 16630.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e719fb28bf3e4270654222363e8136efe86af51d755c733d15a513624b5d1f67 | shasum -a 256