Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2016
Alinea 86 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3036.
11. In hoger beroep heeft [verzoekster] de grondslag van haar vordering aangevuld met een verzoek aan het hof de arbeidsovereenkomst van partijen te ontbinden op grond van art. 7:671c BW. Dit (subsidiaire) verzoek kan, wat de ontbinding betreft, worden toegewezen, met dien verstande dat het hof dit verzoek leest als een beroep op artikel 7:683 lid 5 BW, waarin is bepaald dat indien het hof van oordeel is dat het verzoek tot ontbinding door de kantonrechter ten onrechte is afgewezen, het hof alsnog kan bepalen op welke tijdstip de arbeidsovereenkomst eindigt. [verzoekster] kan niet “gevangen gehouden worden” in een nutteloos geworden arbeidsovereenkomst, met alle emoties van dien. Aangezien, naar het oordeel van het hof, het gewraakte handelen van MEE-ZHN niet kan worden geduid als ernstig verwijtbaar handelen (van wanprestatie is immers zelfs geen sprake), betekent dit wel dat [verzoekster] geen transitievergoeding toekomt, noch een billijke vergoeding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df30241b81a4b62f0784dab88052ecf49e0199803ee23d9f0c9e1bcbea6ad508. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df30241b81a4b62f0784dab88052ecf49e0199803ee23d9f0c9e1bcbea6ad508, en de alinea staat in dat document op bytes 19912 tot 20896.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df30241b81a4b62f0784dab88052ecf49e0199803ee23d9f0c9e1bcbea6ad508 | shasum -a 256