Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 september 2016

Alinea 102 Gerechtshof Den Haag 21 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3093.

9. Het hof overweegt voorts dat voor een geslaagde thuisplaatsing – hetgeen de moeder beoogt met haar verzoek om herstel in het gezag – ten minste nodig is dat de moeder op een goede, constructieve manier samenwerkt met de gecertificeerde instelling en dat zij een goede werkrelatie opbouwt met de beide pleeggezinnen, zodat een thuisplaatsing gefaseerd kan verlopen en de minderjarigen – die reeds kampen met hechtingsproblematiek – niet zonder meer worden weggerukt uit de gezinnen waardoor zij het grootste deel van hun leven zijn opgevoed. De moeder is de afgelopen jaren absoluut niet in staat gebleken een samenwerkingsrelatie op te bouwen met de gecertificeerde instelling of de pleeggezinnen en zij lijkt – onder meer blijkens de door de gecertificeerde instelling bij brief van 15 augustus 2016 overgelegde e-mails en haar uitlatingen ter terechtzitting – allerminst van plan daarin verandering te brengen. Onder die omstandigheden is herstel in het gezag naar het oordeel van het hof uitgesloten. De moeder zal moeten accepteren dat de minderjarigen nimmer meer bij haar zullen worden (terug)geplaatst en dat herstel van het gezag niet alleen voor dit moment, maar ook in de toekomst volstrekt uitgesloten is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e30be88e7cc9bb83f75702417f74b434f09203c2e306cb95af4c752d9f1db206. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e30be88e7cc9bb83f75702417f74b434f09203c2e306cb95af4c752d9f1db206, en de alinea staat in dat document op bytes 24585 tot 25830.