Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 september 2016
Alinea 89 Gerechtshof Den Haag 21 september 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3093.
4. De moeder voert het volgende aan. De moeder oefent het gezag uit over haar twee andere kinderen, [minderjarige C] en [minderjarige D] . Zij wonen zonder inmenging van enige instantie bij de moeder. Reeds op die grond kan gesteld worden dat plaatsing van [minderjarige A] en [minderjarige B] bij de moeder op termijn reëel is. Niet gesteld kan worden dat de moeder onmachtig is om haar plicht tot verzorging en opvoeding van [minderjarige A] en [minderjarige B] te vervullen. Het is immers hoogst onwaarschijnlijk dat de moeder voor [minderjarige C] en [minderjarige D] wel een geschikte ouder zou kunnen zijn, maar voor [minderjarige A] en [minderjarige B] niet. De moeder stelt dat de verzorging en opvoeding van [minderjarige A] en [minderjarige B] niet meer van haar zal vragen dan de opvoeding van [minderjarige C] en [minderjarige D] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e30be88e7cc9bb83f75702417f74b434f09203c2e306cb95af4c752d9f1db206. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e30be88e7cc9bb83f75702417f74b434f09203c2e306cb95af4c752d9f1db206, en de alinea staat in dat document op bytes 15940 tot 16798.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e30be88e7cc9bb83f75702417f74b434f09203c2e306cb95af4c752d9f1db206 | shasum -a 256