Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016

Onder 3 Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3169.

18. Het meest verstrekkende verweer tegen de vorderingen van JCDecaux c.s. is het verweer van Exterion dat het onderhavige geschil niet geschikt is om behandeld te worden in kort geding. Het hof zal dit verweer als eerste behandelen. Daarbij zal het hof veronderstellen dat sprake is van een concessieovereenkomst voor diensten met een grensoverschrijdend belang. De vraag of dat daadwerkelijk het geval is komt hierna aan de orde. Exterion voert aan dat JCDecaux c.s. geen spoedeisend belang hebben bij toewijzing van hun vorderingen, en dat de vorderingen van JCDecaux c.s. niet in kort geding toewijsbaar zijn, nu zij ertoe strekken de uitvoering van een reeds gesloten overeenkomst onmogelijk te maken, die niet meer vernietigd kan worden doordat JCDecaux c.s. niet tijdig een bodemprocedure aanhangig hebben gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c975ef2d85b3790c815d946b3be882ff6637731bc47ef67d8bb7bdede5b74b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c975ef2d85b3790c815d946b3be882ff6637731bc47ef67d8bb7bdede5b74b5, en de alinea staat in dat document op bytes 16967 tot 17803.