Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016
Onder 3 Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3169.
26. Het sluiten van een concessieovereenkomst voor diensten in de zin van artikel 1.1 Aanbestedingswet 2012 met een duidelijk grensoverschrijdend belang zonder inachtneming van de beginselen van afdeling 1.2.2. van de Aanbestedingswet 2012 is onrechtmatig jegens gepasseerde gegadigden. Deze gepasseerde gegadigden kunnen opkomen tegen dergelijk onrechtmatig handelen in een bodemprocedure, indien ook aan de overige vereisten van artikel 6:162 BW is voldaan. Zij kunnen in die bodemprocedure weliswaar geen vernietiging van de gesloten concessieovereenkomst vorderen, nu artikel 4.15 Aanbestedingswet 2012 niet van toepassing is, maar zij kunnen wel andere vorderingen instellen, zoals een verbod (verder) uitvoering te geven aan een reeds gesloten overeenkomst en binnen bepaalde grenzen ook een gebod om het sluiten van een nieuwe concessieovereenkomst aan te kondigen. Om de hiervoor in r.o. 24 genoemde redenen sluit artikel 4.15 Aanbestedingswet 2012 het instellen van dergelijke vorderingen niet uit. In kort geding moet de rechter zich een voorlopig oordeel vormen over de kans dat dergelijke vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. Die toets zal het hof ook in het onderhavige geval aanleggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c975ef2d85b3790c815d946b3be882ff6637731bc47ef67d8bb7bdede5b74b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c975ef2d85b3790c815d946b3be882ff6637731bc47ef67d8bb7bdede5b74b5, en de alinea staat in dat document op bytes 23559 tot 24795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c975ef2d85b3790c815d946b3be882ff6637731bc47ef67d8bb7bdede5b74b5 | shasum -a 256