Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016

Onder 3 Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3169.

38. De omzet van circa € 100 miljoen die met de onderhavige overeenkomst kan worden behaald is naar het oordeel van het hof zo substantieel, dat een reële mogelijkheid bestaat dat ondernemingen uit andere lidstaten bij een passende mate van openbaarheid belangstelling zouden hebben getoond. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat dit bedrag een veelvoud is van de drempelwaarde conform de Richtlijn concessieovereenkomsten, waarbij volgens de Uniewetgever buitenlandse belangstelling kan worden verondersteld. Een reële mogelijkheid van buitenlandse belangstelling is voldoende om een duidelijk grensoverschrijdend belang aan te nemen. Bij een reële mogelijkheid van buitenlandse belangstelling kan het achterwege laten van een passende mate van openbaarheid immers leiden tot een schending van de fundamentele regels van het VWEU en het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit. Exterion heeft betoogd dat het waarschijnlijk moet zijn dat ondernemingen uit andere lidstaten bij een marktbevraging belangstelling zouden hebben getoond, maar dat valt niet uit de rechtspraak van het Hof van Justitie af te leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c975ef2d85b3790c815d946b3be882ff6637731bc47ef67d8bb7bdede5b74b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c975ef2d85b3790c815d946b3be882ff6637731bc47ef67d8bb7bdede5b74b5, en de alinea staat in dat document op bytes 33319 tot 34463.