Citaat | Gerechtshof Den Haag 6 januari 2016
Onder 2.3.1. Gerechtshof Den Haag 6 januari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 6 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:32.
De heffing van inkomstenbelasting over de inkomsten uit sparen en beleggen vindt met ingang van 2001 op forfaitaire wijze plaats in box 3. Bij de bepaling van die inkomsten wordt uitgegaan van een forfaitair rendement van vier percent, berekend over de waarde in het economische verkeer (hierna: WEV) van het positieve saldo van de bezittingen en de schulden. Aanvankelijk werd dit saldo berekend naar het gemiddelde aan het begin en het einde van het kalenderjaar, vanaf 2011 naar het saldo aan het begin van het kalenderjaar. Dit forfaitaire stelsel is naar de opzet van de wetgever ‘robuust’ en daardoor enigszins ruw, aangezien het niet afhankelijk is gesteld van het werkelijke rendement van de bezittingen gedurende het jaar. De wetgever achtte dat uitgangspunt gerechtvaardigd omdat:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5109e06c43f0ccd2ae7296c736297144906dd5705876961cbb39deeee4a187b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5109e06c43f0ccd2ae7296c736297144906dd5705876961cbb39deeee4a187b8, en de alinea staat in dat document op bytes 19389 tot 20197.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5109e06c43f0ccd2ae7296c736297144906dd5705876961cbb39deeee4a187b8 | shasum -a 256