Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 november 2016
Onder 2.2 Gerechtshof Den Haag 15 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3305.
Het hof is van oordeel dat het eerst bij memorie na enquête overleggen van documenten die in de procedure van wezenlijk belang zijn in strijd is met de goede procesorde. Dat het hier om documenten gaat die van wezenlijk belang zijn, moet voor WPL van meet af aan duidelijk zijn geweest. WPL wist immers als geen ander in deze procedure dat i) gebruik van NCB-zaad (niet chemisch behandeld zaad) voor de productie van biologische planten alleen onder bepaalde omstandigheden en met toestemming van Skal is toegestaan; ii) de aan [appellant] geleverde biologische planten zijn gekweekt met NCB-zaad en iii) (een deel van) de in de planten van [appellant] aangetroffen residuen voortkomt uit het gebruik van NCB-zaad. Onder deze omstandigheden had van WPL mogen worden verwacht dat zij direct nadat zij was toegelaten tot tegenbewijs, de documenten waaruit de toestemming voor het gebruik van NCB-zaad zou blijken zou hebben overgelegd en aldus [appellant] (en het hof) in staat zou hebben gesteld desgewenst hierover vragen te stellen aan de getuigen. Dit betekent dat het hof de bij memorie na enquête overgelegde producties 45 tot en met 47 buiten beschouwing zal laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/510153de0e95046972582f82b168f121840bb9a77bbd26f675632dceec78611b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 510153de0e95046972582f82b168f121840bb9a77bbd26f675632dceec78611b, en de alinea staat in dat document op bytes 13157 tot 14342.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/510153de0e95046972582f82b168f121840bb9a77bbd26f675632dceec78611b | shasum -a 256