Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 november 2016

Onder 4.2 Gerechtshof Den Haag 15 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3305.

[schade expert] , die naar aanleiding van de affaire [appellant] door WPL was aangezocht haar van advies te dienen, verklaarde onder meer: "Ik heb mij vooral beziggehouden met onderzoek naar de gevonden stoffen en waar ze vandaan gekomen zouden kunnen zijn. Met gevonden stoffen bedoel ik de residuen in de monsters van Skal en de monsters die WPL zelf heeft laten onderzoeken. (…) Op een gegeven moment viel het op dat bepaalde stoffen die gevonden zijn in de planten niet op dit bedrijf gebruikt werden, althans niet in de registratie. Het betrof geen middelen die voor normaal voorkomende ziekte worden ingezet. Dat verbaasde mij. Na verdere verdieping ben ik tot de conclusie gekomen dat bepaalde stoffen terug te herleiden zijn tot de zaadproductie en die (…) al in het zaadje hebben gezeten ondanks dat sprake (was) van NCB zaad. De middelen zijn dan (…) via de moederplant in het zaadje terecht gekomen. (…) Van die stoffen kan je aannemen dat ze uit het zaad vandaan gekomen zijn en niet op het bedrijf van WPL op de plant zijn gebracht. (…) Er zijn ook stoffen gevonden op de plant die niet in het zaad zijn gevonden. Een van die stoffen was Risolex (werkzame stof: tolclophos-methyl, hof). Dat is een product dat in de gangbare teelt bij WPL wordt ingezet om schimmel te bestrijden. Toen hebben wij gekeken of er niet toch ergens iets fout is gegaan waardoor het middel toch op de biologische planten terecht is gekomen. Ik heb toen geadviseerd om van de biologische opkweek alles na te trekken met betrekking tot de procedures zoals water geven en bestrijdingsmiddelen toevoegen. Uit dat onderzoek is gebleken dat er een fout is gemaakt, een menselijke fout (…), waardoor bij het toedienen van het middel een deel van de biologische planten is behandeld. Dat zou voor die planten een verklaring zijn dat het middel daarop is aangetroffen. Van andere stoffen hebben we ook gekeken hoe ze daar op terecht zijn gekomen maar daar zijn we niet helemaal uitgekomen. Het vermoeden bestaat dat het mogelijk van een gebruikte spuit komt waarmee eerst gangbare planten zijn behandeld en waarin restanten van die middelen zijn achtergebleven. Dit zou zich voornamelijk op de afdeling Siberië hebben afgespeeld. De kwestie met de Rizolex zou zich hebben voorgedaan op de locatie Venlo. Het zou ook kunnen zijn dat de stoffen op een andere manier op de planten terecht gekomen zijn waarbij je moet denken aan de mogelijkheid dat stoffen naar binnen zijn gewaaid. (…) Het frappante was dat in de afdeling Siberië ook diverse partijen preiplanten stonden waar de stoffen niet op gevonden zijn. Dat stelt je voor de vraag waarom niet op de preiplanten en wel op de andere planten de stof gevonden is. (…) In Venlo was sprake van twee pompen en leidingen waarmee de verschillende afdelingen (konden worden) voorzien van gewasbeschermingsmiddelen. In het protocol stond dat je pomp 1 alleen mocht gebruiken voor biologische en pomp 2 voor de gangbare kweek. Als een van die pompen defect zou zijn was het mogelijk om door middel van openzetten van kranen ook de ene pomp voor het andere netwerk te gebruiken. Toen heb ik WPL de vraag meegegeven of het mogelijk was dat een keer de kranen verkeerd zijn opengedraaid waardoor onbedoeld biologische planten water hebben gekregen met Risolex erin die eigenlijk voor gangbaar bedoeld was. Naar aanleiding van deze discussie heeft WPL intern onderzoek uitgevoerd. De betreffende teeltmanagers en werknemers zijn gehoord en gevraagd of iemand de kranen heeft verzet. Ik heb begrepen dat er inderdaad een moment is geweest waar dat (…) het geval is geweest. Dat is later met mij teruggekoppeld door WPL."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/510153de0e95046972582f82b168f121840bb9a77bbd26f675632dceec78611b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 510153de0e95046972582f82b168f121840bb9a77bbd26f675632dceec78611b, en de alinea staat in dat document op bytes 31425 tot 35248.