Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 november 2016

Onder 5.4 Gerechtshof Den Haag 15 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3305.

[verkoopleider WPL] verklaarde onder meer: "Ik ben toen (…) bij de heer [appellant] geweest. Ik kende hem toen nog niet. (…) Ik weet niet meer precies hoe de samenstelling op die dag van de groep was. (…) Wij zijn toen naar het veld gegaan, daar hebben we wat rondgereden en wat planten bekeken. De heer [naam] en ik hadden nog een andere afspraak met een andere teler. (…) Kwart voor één zijn we naar de andere kweker gegaan. (…) [naam] (heeft) [appellant] (…) gebeld om te vragen waar zij waren (…) Wij zijn toen naar het gezelschap van [appellant] gegaan, dat was ergens op een veld. Een van de eerste dingen die toen gebeurde is dat de heer [naam] en ik werden geconfronteerd met groene schilfertjes. Iemand deed dat maar ik weet niet meer wie en die vroeg wat (is) dit (…) en hoe kan dat? Ik belde mijn collega, [bedrijfsleider WPL] , dat is degene die de productie doet. Hij zei dat kan niet zo zijn. Er zijn maar een aantal schilfertjes gevonden. Ik vond dat allemaal heel raar, ik wilde zelf ook schilfertjes vinden. Wij zijn daar echt met z'n allen naar op zoek gegaan, maar hebben er niet één meer gevonden. Ik heb zelfs planten uitgetrokken want soms kan je dan nog wat vinden. Ik heb helemaal niks meer gevonden. (…) Wij krijgen regelmatig controle van Skal en Nakt en lopen zelf geregeld langs de planten. Je zou de groene pillen dan zo moeten zien liggen. Dat is nooit gebeurd want dan had Skal direct aan de bel getrokken. Als ik zo vrij mag zijn dan denk ik, ik gooi maar gewoon wat groene pilletjes op de grond en dan vindt iemand die vast. Maar in mijn aanwezigheid zijn er geen groene pillen gevonden. (…) Gekleurde pillen duiden meestal op een behandeling van het zaad. (…) De pillen zijn vrij groot, een ei van een halve centimeter. De pillen zijn felgroen gekleurd. (…) De pillen worden niet als zaadjes in de grond gestopt. Ze worden afgestrooid zodat het zaadje op zijn plek blijft. Het afstrooien is een dun laagje. Door de regen of water geven in de kas worden de pillen gedeeltelijk zichtbaar. (…) Ik werd met de pillen in de hand geconfronteerd. Ze zaten niet aan planten vast of iets dergelijks. Het waren er ook niet veel. Ik heb ze niet geteld, maar het ging om een paar schilfertjes, niet meer. (…) Ik was er niet bij toen de groene pillen werden gevonden. Dat kan zijn geweest toen de heer [naam] en ik weg waren, want zij hebben waarschijnlijk niet alleen koffie gedronken. Ik heb ook planten gezien die nog niet waren ingeplant, die stonden langs het huis van de heer [appellant] . Ik heb die planten even bekeken, maar ik kan mij niet herinneren dat daar toen onderzoek naar gedaan is. Er was verder niks raars aan die planten."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/510153de0e95046972582f82b168f121840bb9a77bbd26f675632dceec78611b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 510153de0e95046972582f82b168f121840bb9a77bbd26f675632dceec78611b, en de alinea staat in dat document op bytes 60135 tot 62960.