Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2016
Alinea 35 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3311.
7. [ [Y] B.V. en [A] ] hebben dan aangevoerd dat zij beroep kunnen instellen op grond van het tweede lid van artikel 26a van de Awr. Zij hebben deze beroepsgrond gemotiveerd met de stelling dat zij door de curator in het faillissement van [ [X] B.V.] aansprakelijk zijn gesteld voor alle boedeltekorten. Deze tekorten, aldus [ [Y] B.V. en [A] ], nemen substantieel toe als aan [ [X] B.V.] aanslagen worden opgelegd die het gevolg zijn van het boekenonderzoek. Naar het oordeel van de rechtbank berust dit standpunt op een onjuiste rechtsopvatting. Met de door [ [Y] B.V. en [A] ] genoemde aansprakelijkstelling is immers nog geen sprake van een situatie als bedoeld in eerder genoemd artikellid. Daarvoor is het noodzakelijk dat inkomens- of vermogensbestanddelen van [ [Y] B.V. en [A] ] zijn begrepen in het voorwerp van de belasting waarop de belastingaanslag of de voor bezwaar vatbare beschikking ziet. Het voorwerp van de belasting waarop de informatiebeschikking betrekking heeft ziet echter op mogelijke - uit het boekenonderzoek voortvloeiende en aan [ [X] B.V.] op te leggen - belastingaanslagen. In die grondslagen zijn geen inkomens- of vermogensbestanddelen van [ [Y] B.V. en [A] ] begrepen. Het beroep van [ [Y] B.V. en [A] ] op artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan niet tot een ander oordeel leiden, aangezien [ [Y] B.V. en [A] ] geen rechtstreeks belang hebben bij de beschikking. Daarbij komt dat artikel 26a van de Awr, in afwijking van hetgeen daartoe is bepaald in de Awb, een duidelijke beperking van de kring van beroepsgerechtigden bevat. Voor zover het beroep moet worden geacht te zijn ingesteld op grond van het tweede lid van artikel 26a van de Awr kunnen [ [Y] B.V. en [A] ] dus evenmin worden ontvangen in hun beroep. De verwijzing van [ [Y] B.V. en [A] ] naar de uitspraak van Hof Arnhem van 6 oktober 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BK1106, doet aan het vorenstaande niet af. De rechtbank acht die uitspraak hier niet van belang, reeds omdat in die zaak nu juist - en in afwijking van de onderhavige zaak - namens de (gefailleerde) vennootschap beroep was ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf13471c21205ec8666d299886c9516c1845e30196d1ba6fc6968476ba99ae01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf13471c21205ec8666d299886c9516c1845e30196d1ba6fc6968476ba99ae01, en de alinea staat in dat document op bytes 11286 tot 13407.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf13471c21205ec8666d299886c9516c1845e30196d1ba6fc6968476ba99ae01 | shasum -a 256