Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2016
Onder 5.3. Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3311.
Nu [X] B.V. in het beroep tegen de uitspraak op bezwaar wordt ontvangen, de informatiebeschikking aan haar is gegeven en aan haar is gericht, zij bezwaar tegen de informatiebeschikking heeft ingediend en de uitspraak op bezwaar aan haar is gericht, komt het het Hof voor dat het niet opportuun is ook [Y] B.V. en [A] in het beroep te ontvangen. Het Hof neemt in aanmerking dat [Y] B.V. en [A] , die stellig - met name in de sfeer van hoofdelijke aansprakelijkheid - een belang hebben bij de uitkomst van de procedure, al vanuit de bijzondere (juridische) positie die zij ten opzichte van [X] B.V. hebben, ten volle hun grieven tegen de (nieuwe) informatiebeschikking kunnen inbrengen. Los van de overwegingen die de rechtbank wijdt aan de ontvankelijkheid van het beroep waar het gaat om [Y] B.V. en [A] en los van de vraag of dat beroep ook openstaat, ondanks dat [Y] B.V. en [A] zelf geen bezwaar tegen de informatiebeschikking hebben gemaakt, moet op dat punt de uitspraak van de rechtbank worden bevestigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf13471c21205ec8666d299886c9516c1845e30196d1ba6fc6968476ba99ae01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf13471c21205ec8666d299886c9516c1845e30196d1ba6fc6968476ba99ae01, en de alinea staat in dat document op bytes 16196 tot 17219.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf13471c21205ec8666d299886c9516c1845e30196d1ba6fc6968476ba99ae01 | shasum -a 256