Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 november 2016

Onder 3.9 Gerechtshof Den Haag 22 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3372.

De gegeven situatie is naar het oordeel van het hof een bijzondere, waarin feitelijk sprake is van een driepartijen overeenkomst, te weten tussen SIEP, SEPRS en [verzoeker] , die in belangrijke mate wordt ingekleurd door de LTIA-regeling. Genoemde partijen zijn – met uitdrukkelijke instemming van [verzoeker] – overeengekomen dat de uitzending van [verzoeker] van tijdelijke aard zou zijn en zou worden beheerst door de concernbreed geldende LTIA-regeling. De LTIA-regeling betreft een transparante regeling die duidelijk kenbaar is en van toepassing is voor een grote groep werknemers binnen het Shell-concern. (Ook) de LTIA-regeling laat er geen twijfel over bestaan dat het de bedoeling is dat een uitzending tijdelijk is, en dat de expat na ommekomst van de overeengekomen uitzendtermijn, binnen drie maanden zal terugkeren naar zijn Base Country, dan wel in dienst zal treden van een andere Shell-entiteit. Uit de LTIA-regeling volgt voorts dat de expat zijn band met zijn zogenoemde Base Country (in geval van [verzoeker] : Rusland) behoudt en dat hij – in het geval onverhoopt niet tijdig een aansluitende functie kan worden gevonden – naar zijn Base Country terugkeert, waar hem een dienstverband wordt aangeboden van waaruit hij verder kan solliciteren. Lukt het hem niet binnen de gegeven termijn van tenminste drie maanden een andere functie te vinden, dan volgt beëindiging van de arbeidsovereenkomst en ontvangt de werknemer de in de Base Country gebruikelijke afvloeiingsregeling (in casu een vergoeding van USD 370.000 netto). De gekozen constructie is in het belang van alle partijen: aan de expat wordt de mogelijkheid geboden zijn horizon te verbreden en zich te ontwikkelen met behoud van de band met zijn Base Country, waar hij – gelet op de hem geboden vergoeding – tijdens zijn verblijf in de Host Country ook zijn woning kan aanhouden. Er is in de LTIA-regeling voorts voorzien in een redelijk beëindigingsscenario voor het geval dat onverhoopt geen aansluitende functie kan worden gevonden. Voor de Shell-ondernemingen geeft de regeling de door haar gewenste en voor een goede bedrijfsvoering binnen het concern noodzakelijke regelmatige en voorspelbare doorstroming van expats. Dit alles maakt dat naar het oordeel van het hof in beginsel sprake is van een redelijke grond in het belang van het functioneren van de onderneming (een h-grond), waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] van SIEP in redelijkheid niet kan worden gevergd. Hieraan doet niet af dat SIEP de uitzending juridisch ook op een andere wijze had kunnen inkleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dab4e1fc70f0cfcbcd0fc22ff4b000259e0236b55a9ecbe8f0795626552ac61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dab4e1fc70f0cfcbcd0fc22ff4b000259e0236b55a9ecbe8f0795626552ac61, en de alinea staat in dat document op bytes 23727 tot 26335.