Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 november 2016
Onder 2.3. Gerechtshof Den Haag 4 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3374.
Het recht van de Unie brengt mee dat in zaken die worden bestreken door dit recht, zoals het geval is met aanspraken die hun grond vinden in nationale bepalingen die uitvoering geven aan een richtlijn van de Europese Unie, in een geval als hiervoor in 2.2 bedoeld de inspecteur of de rechter bij de toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) - in overeenstemming met het recht van de Unie - het voordeel, ontleend aan een in de Wet neergelegd recht, ongeacht of het nu het recht op aftrek, een nultarief of een teruggaaf van omzetbelasting in verband met een intracommunautaire levering betreft, dient te weigeren. Dit een en ander geldt onverkort indien in het kader van een keten van leveringen de btw-fraude niet in Nederland maar in een andere lidstaat heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fdd057a33edf8a7a945520df06d83f42abaac19855d3b4d94b65dc7fdb79346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fdd057a33edf8a7a945520df06d83f42abaac19855d3b4d94b65dc7fdb79346, en de alinea staat in dat document op bytes 36930 tot 37744.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fdd057a33edf8a7a945520df06d83f42abaac19855d3b4d94b65dc7fdb79346 | shasum -a 256