Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Onder 5.20 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:339.
De algemene vakkennis van de gemiddelde vakman leidt de gemiddelde vakman evenmin ertoe aan te nemen dat de opsomming van zouten in paragraaf 7 limitatief zou zijn bedoeld. Het was de gemiddelde vakman bekend dat het op de prioriteitsdatum gebruikelijk was om bij farmaceutische preparaten die in zoutvorm (moeten) worden toegediend, zoals statines, een zoutenonderzoek te doen. Het gekozen zout kan immers van invloed zijn op bijvoorbeeld de chemische en opslagstabiliteit en oplosbaarheid van het farmaceutisch preparaat. Naar Astrazeneca onder verwijzing naar diverse partij-deskundigenverklaringen (dr. [S] , 3e verklaring, par. 13-16; prof. dr. [F] , par. 14-18 met verwijzing naar J.I. Wells, Pharmaceutical preformulation, 1988; [T] , par. 10, 32-34; dr. [B] par. 13-20; dr. [H] par. 16-21 en dr. [X] par. 15-17) heeft gesteld is de gemiddelde vakman er echter ook mee bekend dat het – zeker in het stadium waarin onder tijdsdruk een octrooiaanvrage moet worden opgesteld en ingediend en veelal slechts een beperkte hoeveelheid van de uitgevonden stof beschikbaar is – niet gebruikelijk was dat een uitputtend zoutenonderzoek werd gedaan. Dit werd beperkt tot een aantal zouten (waaronder in de regel natrium als het veruit meest gebruikte zout, gevolgd door calcium en kalium) en werd alleen uitgebreid tot andere zouten als daar aanleiding voor bestond. Resolution heeft dat niet voldoende gemotiveerd bestreden. Uit de door Resolution aangehaalde publicatie van Morris c.s. ( An integrated approach to the selection of optimal salt form for a new drug candidate , 1994 (van na de prioriteitsdatum)) komt geen ander beeld naar voren. Daarin werd een zoutenonderzoek gedaan – hoewel in een later stadium van het ontwikkelingsproces en op een meer gestructureerde manier opgezet dan de meer pragmatische benadering die gebruikelijk was – ook met (slechts) 7 verschillende zouten, waaronder de hiervoor genoemde. In de beschrijving is geen aanwijzing te vinden dat in dit geval, anders dan gebruikelijk, toch een uitputtend zoutenonderzoek was gedaan, op grond waarvan de octrooihouder een bewuste keuze voor specifiek alleen deze zouten zou hebben kunnen maken. Daarom zal de gemiddelde vakman niet aannemen dat zo’n uitputtend zoutenonderzoek aan paragraaf 7 ten grondslag lag en ook niet dat de octrooihouder met deze paragraaf, niettegenstaande de bewoordingen van conclusie 1 waarin geen beperking ten aanzien van het soort zout is opgenomen (anders dan de gebruikelijke dat het zout niet-toxisch en farmaceutisch aanvaardbaar dient te zijn), heeft beoogd alleen deze zouten voor gebruik met rosuvastatine onder bescherming te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/221899dc1be6114aa2b6067afa4327a7620ba809757ea2937feccfc247df1a65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 221899dc1be6114aa2b6067afa4327a7620ba809757ea2937feccfc247df1a65, en de alinea staat in dat document op bytes 54584 tot 57288.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/221899dc1be6114aa2b6067afa4327a7620ba809757ea2937feccfc247df1a65 | shasum -a 256