Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016

Onder 5.29 Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:339.

Het voorgaande brengt met zich dat de gemiddelde vakman bij het in de aanvrage geopenbaarde rosuvastatine ook de andere mogelijke keuzes op R4 dan natrium of calcium – dus ook de zuurvorm en andere zoutvormen – zou meelezen of, anders gezegd, voor ogen had. Omdat die keuze niet relevant is voor de biologische activiteit van rosuvastatine, wordt daarmee geen (technische) informatie verschaft die niet rechtstreeks en ondubbelzinnig uit de oorspronkelijke aanvrage kan worden afgeleid. Van een ontoelaatbare veralgemenisering is evenmin sprake. Rosuvastatine is een nieuw gevonden statine, met bepaalde vaste keuzes op R1-R3 en X, waarvan de biologische activiteit onafhankelijk is van de gekozen zuur- of zoutvorm. Positie R4 bepaalt de zuur- of zoutvorm. Waterstof (waarmee bedoeld wordt het waterstof-ion dat de zuurvorm oplevert) en kationen die met een statine niet-toxische farmaceutisch aanvaardbare zouten kunnen vormen zijn in de oorspronkelijke aanvrage reeds expliciet genoemd als behorend tot de groep waaruit op positie R4 gekozen kan worden. Het expliciet geopenbaarde natrium- en calciumzout uit die groep zijn daarvan – door de gemiddelde vakman als niet-limitatief opgevatte – voorbeelden (welke voorbeelden in de oorspronkelijke aanvrage op p. 4, r.29-30 ook zijn aangeduid als ‘ not to be considered as limiting ). Natrium en calcium behoren tot de meest gebruikte zouten voor farmaceutische preparaten in zoutvorm en de aanvrage geeft de gemiddelde vakman geen aanleiding te veronderstellen dat er enige specifieke reden is om voor deze zouten te kiezen. De gemiddelde vakman begrijpt daarom dat hij verder kan variëren op de R4 positie met een van de andere genoemde ionen zonder dat dit van invloed is op de biologische activiteit van het expliciet geopenbaarde rosuvastatine. Uit hetgeen hiervoor ter zake de uitleg van conclusie 1 is overwogen volgt dat het hof, anders dan de rechtbank, van oordeel is dat de gemiddelde vakman het waterstof-ion en alle kationen die een niet-toxisch farmaceutisch aanvaardbaar zout opleveren voor ogen heeft en niet alleen die genoemd op pagina 2 regels 42-45 van de aanvrage (die overeenkomt met paragraaf 7 van het octrooischrift).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/221899dc1be6114aa2b6067afa4327a7620ba809757ea2937feccfc247df1a65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 221899dc1be6114aa2b6067afa4327a7620ba809757ea2937feccfc247df1a65, en de alinea staat in dat document op bytes 63999 tot 66250.