Citaat | Gerechtshof Den Haag 29 november 2016
Onder 2.21 Gerechtshof Den Haag 29 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 29 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3449.
Het hof stelt voorop dat in het voorafgaande is geoordeeld dat [geïntimeerde] niet ervan op de hoogte was dat de acetyleencilinders van na 1968 asbest konden bevatten. Hij kon daarmee dus geen rekening houden bij de transport van de cilinders. Linde heeft overigens ook niet concreet toegelicht welke extra maatregelen in verband met de aanwezigheid van asbest bij het transport zouden zijn genomen, als de aanwezigheid van asbest wel bekend was geweest. In het voorafgaande is voorts geoordeeld dat [geïntimeerde] in zoverre is tekortgeschoten dat van hem verwacht had kunnen worden dat hij erop zou toezien dat de relevante wet- en regelgeving voor het transport van afval zou worden nageleefd. Naar het oordeel van het hof kwalificeert de handelwijze van [geïntimeerde] echter niet als zodanig verwijtbaar handelen of nalaten dat van Linde in redelijkheid niet kan worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst laat voortduren. Het hof verwijst in dit verband naar hetgeen hiervoor onder 2.16 tot en met 2.18 is overwogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82cb15cdaad8c581e4c69ea3c5d23fdfdc107bad2cc064227bed5843b3496b7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82cb15cdaad8c581e4c69ea3c5d23fdfdc107bad2cc064227bed5843b3496b7a, en de alinea staat in dat document op bytes 35999 tot 37041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82cb15cdaad8c581e4c69ea3c5d23fdfdc107bad2cc064227bed5843b3496b7a | shasum -a 256