Citaat | Gerechtshof Den Haag 29 november 2016

Onder 2.12 Gerechtshof Den Haag 29 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 29 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3477.

6. Het hof dient de vordering tot ontbinding en ontruiming te beoordelen. Hierbij is van belang dat uit het bepaalde in artikel 6:265 lid 1 BW volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van zijn verbintenissen, aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (doen) ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Het is aan de tekortschietende partij om zich voldoende gemotiveerd op deze uitzondering te beroepen. Bij de beoordeling of ontbinding naar de aard en betekenis van de tekortkoming gerechtvaardigd is, dient rekening gehouden te worden met alle omstandigheden van het geval. Hieronder worden ook omstandigheden gerekend die na de gestelde tekortkoming hebben plaatsgevonden (HR 22 augustus 1992, NJ 1992, 715, ECLI:NL:HR:1992:ZC0673).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dfd9062a3d79370af4a585d1f1c04ad9afc868d3960a0a102d940a011117b74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dfd9062a3d79370af4a585d1f1c04ad9afc868d3960a0a102d940a011117b74, en de alinea staat in dat document op bytes 11663 tot 12567.