Citaat | Gerechtshof Den Haag 13 december 2016

Onder 7.2 Gerechtshof Den Haag 13 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 13 december 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3604.

In overweging 2.3 heeft de rechtbank overwogen dat [appellante] er niet in is geslaagd tegenbewijs te leveren tegen het oordeel van de rechtbank dat het door [appellante] gestelde letsel niet door [geintimeerde 2] is veroorzaakt. Daartoe heeft de rechtbank gewezen op de belangrijke verschillen tussen de verklaring van [naam getuige] en de eerdere verklaringen van [geintimeerde 2] . Voorts vindt de rechtbank het verdacht dat [naam getuige] heeft verklaard dat hij die dag bij [appellante] en [partner van appelante] op bezoek was en met hen naar het strand is gegaan, terwijl [partner van appelante] daarvan in zijn verschillende verklaringen in het geheel geen melding heeft gemaakt, [naam getuige] ook niet is gehoord in het op verzoek van [geintimeerde 2] gehouden voorlopig getuigenverhoor en hij ook in de processtukken van deze procedure nooit eerder is genoemd. In het licht daarvan heeft de rechtbank de verklaring van [naam getuige] dat hij gezien heeft dat [geintimeerde 2] het balletje tegen de pink van [appellante] heeft gegooid, ongeloofwaardig geacht en is zij aan die verklaring voorbijgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fda2436aa51ccb916eacd32e6d97a8b86b7a2b0001c15f331f78bc11c1e55484. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fda2436aa51ccb916eacd32e6d97a8b86b7a2b0001c15f331f78bc11c1e55484, en de alinea staat in dat document op bytes 30494 tot 31620.