Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 november 2016

Alinea 114 Gerechtshof Den Haag 1 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3755.

Gelet op het feit dat de beschermingsmaatregel is gegeven door de Spaanse rechter als de rechter van de gewone verblijfplaats van appellante, ligt het voor de hand dat de machtiging voor het voeren van een geding aan deze gevraagd wordt, aangezien het ook de Spaanse rechter (als rechter van de gewone verblijfplaats) is, die een dergelijk verzoek het beste kan beoordelen. Nu het eigenlijke geding in Nederland wordt gevoerd en gaat over de (Nederlandse) verdeling van de nalatenschap van der partijen (Nederlandse) moeder, zou ook aanvaardbaar kunnen zijn om in dit geval het verzoek om toestemming te richten tot de Nederlandse rechter; vgl. artikel 7 Haags Volwassenenbeschermingsverdrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeaec35ef40705fb2f31d3a559b5c6fd2caf7a3254d772070c8e0401721eede5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeaec35ef40705fb2f31d3a559b5c6fd2caf7a3254d772070c8e0401721eede5, en de alinea staat in dat document op bytes 31095 tot 31801.