Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 november 2016
Alinea 116 Gerechtshof Den Haag 1 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3755.
22. Of appellante in de gelegenheid gesteld moet worden dat niet zij, maar haar tutor (namens haar) de procedure (in appel) mag voortzetten, is geen ipr-probleem, maar een vraag van materieel Nederlands procesrecht. Bij het instellen van rechtsmiddelen dient voor zover mogelijk met tussentijdse wijziging van de staat van procespartijen rekening te worden gehouden. Doet men dit niet dan loopt men het risico (eventueel ambtshalve) niet-ontvankelijk te worden verklaard, tenzij men niet wist en redelijkerwijze ook niet kon weten van de staatverandering. Voor het instellen van het appel was de staat van de persoon (appellante) gewijzigd, dit wist de advocate van appellante aangezien zij appellante ook al bijstond in de procedure in eerste aanleg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeaec35ef40705fb2f31d3a559b5c6fd2caf7a3254d772070c8e0401721eede5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeaec35ef40705fb2f31d3a559b5c6fd2caf7a3254d772070c8e0401721eede5, en de alinea staat in dat document op bytes 32043 tot 32843.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eeaec35ef40705fb2f31d3a559b5c6fd2caf7a3254d772070c8e0401721eede5 | shasum -a 256