Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 november 2016
Alinea 56 Gerechtshof Den Haag 1 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3755.
9. Door appellante is een brief in het geding gebracht van 2 mei 2016 van de advocaat Francisco Perez. Uit deze brief volgt: “In het geval van [Zus een] hebben we een vonnis waarmee de volledige onbekwaamheid van [Zus een] is uitgesproken om voor zichzelf en haar zaken te zorgen, wat de benoeming inhoudt van een curator (in dit geval [naam] ), die haar dient te vertegenwoordigen en die haar zaken op verantwoorde wijze dient te beheren. In onze zaak dient [naam] [Zus een] te vertegenwoordigen in alle handelingen van het gewone leven (ook in de gerechten). Jouw uitleg van de artikelen 267 en 271 van het BW is correct en derhalve is rechterlijke toestemming noodzakelijk om een eis in te stellen (ik begrijp dat zulks niet geldt in gevallen van hoger beroep). Derhalve dienen eisen altijd te worden gedaan door [Zus een] onder vertegenwoordiging van [naam] .”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeaec35ef40705fb2f31d3a559b5c6fd2caf7a3254d772070c8e0401721eede5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeaec35ef40705fb2f31d3a559b5c6fd2caf7a3254d772070c8e0401721eede5, en de alinea staat in dat document op bytes 13412 tot 14294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eeaec35ef40705fb2f31d3a559b5c6fd2caf7a3254d772070c8e0401721eede5 | shasum -a 256