Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 december 2016

Alinea 205 Gerechtshof Den Haag 14 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 december 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3885.

7. De heffingsambtenaar heeft het Hof verzocht belanghebbende te veroordelen in de door de heffingsambtenaar in beroep gemaakte proceskosten van € 700. In artikel 8:75, eerste lid, derde volzin, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat een natuurlijk persoon slechts in de proceskosten veroordeeld kan worden in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht is sprake als op grond van bijzondere omstandigheden kan worden vastgesteld dat ten tijde van het instellen van beroep voor de belanghebbende evident was dat van het beroep geen positief resultaat was te verwachten (vergelijk onder meer ABRvS 20 juli 2011, nr. 201011422/1/H1, ECLI:NL:RVS:2011:BR2299). Het Hof ziet geen aanleiding voor het oordeel dat dit in deze procedure voor belanghebbende of zijn gemachtigde bij voorbaat duidelijk was. Belanghebbende had het recht zijn grieven tegen de door de heffingsambtenaar bepaalde waarde van de woning aan de rechter voor te leggen. Dat de waarde is bepaald op het bedrag dat belanghebbende kort voor de waardepeildatum heeft betaald voor de woning, doet aan dit recht niet af. Bovendien kan niet gezegd worden dat de grieven van belanghebbende van elke redelijke grond waren ontbloot. Voor een veroordeling in de proceskosten van de heffingsambtenaar ten laste van belanghebbende bestaat dan ook geen aanleiding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6b82bf34eb1f460be6c4401a9b778e9f3b14956badb929e8254e3a144cf50e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6b82bf34eb1f460be6c4401a9b778e9f3b14956badb929e8254e3a144cf50e1, en de alinea staat in dat document op bytes 44087 tot 45489.