Citaat | Gerechtshof Den Haag 28 december 2016

Alinea 41 Gerechtshof Den Haag 28 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 28 december 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4037.

12. Volgens de koopovereenkomst zou de lijfrenteverplichting worden overgedragen aan [C] BV. Uit de stukken blijkt evenwel dat de lijfrenteverplichting is overgedragen aan [D] BV, de persoonlijke houdstervennootschap van eiser. Ter zitting is dit ook door eiser bevestigd. Hoewel er geen uitvoering is gegeven aan de koopovereenkomst - daarin is immers bepaald dat de lijfrenteverplichting aan [C] BV wordt overgedragen -, heeft er derhalve wel een overdracht van de lijfrenteverplichting plaatsgevonden. [D] BV is echter geen toegelaten verzekeraar als bedoeld in artikel 3.126 van de Wet IB 2001. Ingevolge artikel 3.126, eerste lid, letter a, onder 2, van de Wet IB 2001 kan een in Nederland wonende natuurlijke persoon (uitgezonderd de echtgenoot) of een in Nederland gevestigd lichaam als toegelaten verzekeraar worden aangemerkt indien de lijfrenteverplichting is bedongen als tegenprestatie voor de overdracht aan die natuurlijke persoon respectievelijk dat lichaam van een onderneming of een gedeelte van een onderneming. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat daarvan in het onderhavige geval geen sprake is. De lijfrenteverplichting is niet bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van de onderneming of een gedeelte van de onderneming aan [D] BV. De onderneming is immers in zijn geheel verkocht aan [F] BV en [G] BV. Daar komt bij dat, naar eiser zelf in zijn beroepschrift stelt, [D] BV altijd al de leidinggevende taken ten aanzien van [C] BV, [B] BV en andere vennootschappen heeft uitgevoerd. Nog daargelaten de vraag of deze managementactiviteit een zelfstandig deel van een onderneming vormt, is er dus ook geen sprake van een overdracht van deze activiteit aan [D] BV. Gelet op het bepaalde in artikel 3.133, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet IB 2001 juncto artikel 3.137, eerste lid, van de Wet IB 2001 heeft verweerder dan ook terecht tot het bedrag van de waarde in het economisch verkeer van de aanspraak negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen en is de revisierente terecht in rekening gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee137c7f2dc45c8bf91a543d3c0ff34e34a7243857447ed952b541e31e9e8b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee137c7f2dc45c8bf91a543d3c0ff34e34a7243857447ed952b541e31e9e8b08, en de alinea staat in dat document op bytes 14349 tot 16464.