Citaat | Gerechtshof Den Haag 28 december 2016

Onder 7.1. Gerechtshof Den Haag 28 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 28 december 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4037.

Met de overdracht van de lijfrenteverplichting door [B] B.V. aan de onderscheiden persoonlijke houdstermaatschappijen van belanghebbende en [Y] en de verkoop van de aandelen in [B] B.V. is de band tussen de lijfrenteverplichting en de overgedragen onderneming verbroken waardoor niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de lijfrentevrijstelling is genoten. Er doet zich derhalve een omstandigheid voor als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001). Als gevolg daarvan treedt de maatregel van artikel 3.133, eerste lid, jo artikel 3.137 Wet IB 2001 in werking. De stelling van belanghebbende dat een deel van de eertijds in firmaverband gedreven onderneming is voortgezet binnen de belangengroep van de persoonlijke houdstermaatschappijen waardoor slechts een gedeelte van de waarde van lijfrenterecht in de heffing kan worden betrokken, heeft hij tegenover de weerspreking ervan door de Inspecteur, met al hetgeen belanghebbende, na daartoe door het Hof in de gelegenheid te zijn gesteld, dienaangaande heeft aangevoerd, niet aannemelijk gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee137c7f2dc45c8bf91a543d3c0ff34e34a7243857447ed952b541e31e9e8b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee137c7f2dc45c8bf91a543d3c0ff34e34a7243857447ed952b541e31e9e8b08, en de alinea staat in dat document op bytes 18722 tot 19848.