Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 september 2016
Onder 6.2 Gerechtshof Den Haag 7 september 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4215.
De stelling van belanghebbende dat, indien de Inspecteur tijdig een verweerschrift had ingediend, belanghebbende de mogelijkheid van repliek zou hebben gehad, brengt het Hof niet tot een ander oordeel. Hierbij overweegt het Hof het volgende. Zoals hiervoor al is overwogen had belanghebbende na ontvangst van de brief van 2 mei 2016 de mogelijkheid en voldoende tijd om daarop schriftelijk te reageren. Voorts is van belang dat repliceren slechts mogelijk is indien het Hof de partij, die erom verzoekt, daartoe in de gelegenheid stelt. Voor een positieve beslissing op een verzoek om te mogen repliceren is slechts aanleiding indien het geschil dermate complex is dat het zinvol is om, naast de steeds bestaande mogelijkheid om tot 10 dagen voor de mondelinge behandeling nadere stukken in te dienen, een aparte tweede schriftelijke ronde van re- en dupliek aan het voorbereidend onderzoek toe te voegen. Het onderhavige geschil betreft echter een enkelvoudige rechtsvraag; voorts zijn de voor de beantwoording van die rechtsvraag relevante feiten zijn tussen partijen in confesso.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9e9bcda7203a90e854546d656b3e2f4de5bf991eb21b1999011916e47deaef1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9e9bcda7203a90e854546d656b3e2f4de5bf991eb21b1999011916e47deaef1, en de alinea staat in dat document op bytes 26896 tot 27992.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b9e9bcda7203a90e854546d656b3e2f4de5bf991eb21b1999011916e47deaef1 | shasum -a 256