Citaat | Gerechtshof Den Haag 20 januari 2016
Alinea 68 Gerechtshof Den Haag 20 januari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4249.
Daartoe heeft hij allereerst – verkort en zakelijk weergegeven - gesteld dat het dossier de mogelijkheid open laat dat de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) het slachtoffer om het leven heeft gebracht. Daarbij heeft hij gewezen op het motief dat [medeverdachte 1] had om het slachtoffer van het leven te beroven, alsmede op de in de woning aangetroffen dactyloscopische sporen van [medeverdachte 1]. Verder is gebleken dat de dood van het slachtoffer enkele minuten na het breken van het rechter hoorntje van het tongbeen is ingetreden, welke breuk weer is veroorzaakt door verwurging. Nu de verdachte, noch [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] omsnoerend geweld op de hals van het slachtoffer hebben toegepast en het slachtoffer bij hun vertrek uit de woning nog in leven was, moet worden geconcludeerd dat het slachtoffer op een later moment moet zijn omgebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5e00e3acbf062984d384468ead85ef8d665675f3c20a1f36e18305fccc2688a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5e00e3acbf062984d384468ead85ef8d665675f3c20a1f36e18305fccc2688a, en de alinea staat in dat document op bytes 20755 tot 21662.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5e00e3acbf062984d384468ead85ef8d665675f3c20a1f36e18305fccc2688a | shasum -a 256