Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 augustus 2016

Onder 4.25. Gerechtshof Den Haag 30 augustus 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 augustus 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4306.

De subsidiair gevorderde schadevergoeding is wel toewijsbaar. Het beroep van Plastica op overmacht kan niet slagen. Ter onderbouwing daarvan voert Plastica kort gezegd aan dat zij niet had hoeven voorzien dat de geleverde niet- coastal variant niet zou voldoen op het project IJburg. Daargelaten dat Eskra stelt dat Plastica wel op de hoogte was of had moeten zijn van die omstandigheden, kan dat betoog niet slagen omdat Plastica door Eskra Timmerwerken niet te wijzen op de beperkingen van de niet- coastal variant of op het bestaan van een coastal variant, Eskra Timmerwerken de mogelijkheid heeft ontnomen te onderzoeken of het product al dan niet zou voldoen op het project IJburg. Gelet daarop moet de gestelde onbekendheid voor risico komen van Plastica. De opmerking van Plastica in haar akte van 8 augustus 2013 dat in de Algemene leverings- en betalingsvoorwaarden die zijn uitgegeven door de Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche geen garantie wordt verleend bij gebrek aan onderhoud of reiniging, alsmede bij filiforme corrosie, kan evenmin leiden tot afwijzing van de gevorderde schadevergoeding. Gesteld noch gebleken is dat die voorwaarden van toepassing zijn in de contractuele relatie tussen Plastica en Eskra. Integendeel, Eskra heeft bij de memorie van grieven uitdrukkelijk en gemotiveerd gesteld dat toepassing van die voorwaarden niet is overeengekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f4205d20ab96eb96796556723a782dace7cc142719cd4b51141222980fabc9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f4205d20ab96eb96796556723a782dace7cc142719cd4b51141222980fabc9c, en de alinea staat in dat document op bytes 42344 tot 43873.