Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 februari 2016

Alinea 96 Gerechtshof Den Haag 23 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:435.

12. Waar het hof van oordeel is dat [verweerster] op goede gronden op staande voet is ontslagen en derhalve de door de kantonrechter gegeven beschikking niet in stand kan blijven en zal worden vernietigd (dit met uitzondering van de vernietiging door de kantonrechter van de opzegging door ABBW, waarover hieronder meer) ligt thans ter beoordeling de primair door ABBW ingestelde vordering voor: de vergoeding ter zake van het verschaffen van een dringende reden als bedoeld in art. 7:677, lid 2 j° lid 3 sub a BW. De vordering - na vermindering bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van de zaak bij de kantonrechter op 12 oktober 2015 - ad € 2.500,-- bruto ligt voor toewijzing gereed. [verweerster] heeft als gevolg van haar ernstige nalatigheid, met andere woorden door haar schuld, ABBW een dringende reden gegeven de arbeidsovereenkomst van partijen onverwijld op te zeggen. [verweerster] heeft de omvang van genoemd bedrag niet bestreden. Voor matiging van de vergoeding is, gelet op het in art. 677, lid 5 aanhef en sub a BW bepaalde, geen grond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5de7e64b5f25ebd85ee222ea8da3a4aee43b8ab03f45cdfc7a3c5ad2b1449319. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5de7e64b5f25ebd85ee222ea8da3a4aee43b8ab03f45cdfc7a3c5ad2b1449319, en de alinea staat in dat document op bytes 22532 tot 23610.