Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 november 2016

Alinea 64 Gerechtshof Den Haag 22 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4376.

14. Het hof dient vervolgens te beoordelen of [appellanten] hebben voldaan aan de op hen rustende stelplicht en bewijslast. Daarbij heeft, zoals de rechtbank met juistheid overwoog, als uitgangspunt te gelden dat, om onrechtmatig handelen van de Staat aan te nemen, moet worden beoordeeld of uit de uitspraak van de strafrechter of anderszins uit de stukken betreffende de niet met een bewezenverklaring geëindigde strafzaak dan wel de resultaten van het strafvorderlijk onderzoek blijkt van de onschuld van de verdachte en van het ongefundeerd zijn van de verdenking waarop het optreden van politie of justitie berustte. Blijkens de hierboven aangehaalde jurisprudentie van de Hoge Raad gaat het hier om een restrictief criterium dat enerzijds is ingegeven door de gedachte dat een risicoaansprakelijkheid in die zin dat de Staat het risico draagt schade te moeten vergoeden, indien de strafvervolging ten slotte, om welke reden dan ook, niet tot een veroordeling leidt, niet kan worden aanvaard, en dat anderzijds verband houdt met de onwenselijkheid dat de burgerlijke rechter zich anders in de regel ertoe genoopt zou zien in een daarop niet toegesneden procedure vragen onder ogen te zien tot het beantwoorden waarvan bij uitstek de strafrechter is toegerust en geroepen, en die deze, in geval van vrijspraak, veelal reeds bij gewijsde heeft beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9, en de alinea staat in dat document op bytes 26038 tot 27410.