Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 november 2016
Alinea 70 Gerechtshof Den Haag 22 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4376.
Met betrekking tot het meer subsidiair ten laste gelegde heeft te gelden dat de strafrechter medeplichtigheid in de vorm van het behulpzaam zijn bij het gronddelict niet bewijsbaar heeft geacht omdat uit het dossier blijkt dat [appellant] alles in het werk heeft gesteld om de personen die een XTC-laboratorium in het bedrijfspand hadden gevestigd, daaruit te verwijderen. Het hof onderschrijft de stelling van [appellant] dat daaruit is af te leiden dat de strafrechter van oordeel was dat [appellant] op enig moment activiteiten heeft ondernomen om de personen die in het bedrijfspand een XTC-laboratorium hadden gevestigd, daar weg te krijgen. Het hof kan dat oordeel echter niet zodanig lezen dat het ook betrekking heeft op het primair en subsidiair ten laste gelegde. Omdat de toegepaste dwangmiddelen en de vervolging ook op die ten laste gelegde feiten betrekking hadden, stuit de grief daarop reeds af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9, en de alinea staat in dat document op bytes 29250 tot 30175.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9 | shasum -a 256