Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 november 2016

Alinea 74 Gerechtshof Den Haag 22 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4376.

22. Grief III heeft betrekking op de uitwerking van het telefoongesprek op 12 november 1999. [appellanten] stellen dat tot drie maal toe een nieuwe transcriptie is uitgewerkt die belastend was voor [appellant] en [appellante] en dat zij daardoor ten onrechte als verdachten zijn aangemerkt en ten onrechte hebben bloot gestaan aan langdurige vervolging (pagina 17 memorie van grieven). Zoals tijdens de zitting van het hof aan de orde is gekomen, bevindt zich in het dossier van het hof het tapjournaal waarin het bewuste gesprek is uitgewerkt door [verbalisant 2], en de uitwerking in het proces-verbaal van 16 februari 2000 door [verbalisant 1]. In het tapjournaal is als titel opgenomen “[L] wil langer huren / auto [T]” . In de uitwerking is opgenomen dat door [verdachte 2] is gezegd “zeg maar tegen Robert dat eeh, die [L], nog wilde huren, een maand”. In de uitwerking door [verbalisant 1] is als tekst van [verdachte 2] opgenomen: “Ik moet nog eeh, ik moet nog eeh, zeg maar tegen [R] dat Eeh, die “[L]”, nog wilde huren, een maand.” Afgezien van het onderwerp in het tapjournaal, komen deze uitwerkingen op hoofdlijnen overeen en is dus niet in te zien hoe hiermee door de Staat onrechtmatig is gehandeld, dit overigens nog daargelaten dat er geen grief is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de Staat voor het handelen van [verbalisant 1] niet aansprakelijk is (rov. 4.21 van het bestreden vonnis).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9, en de alinea staat in dat document op bytes 31496 tot 33049.