Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 november 2016
Alinea 75 Gerechtshof Den Haag 22 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4376.
23. Het hof is ook overigens van oordeel dat [appellanten] niet voldoende hebben onderbouwd dat zij door het bestaan van verschillende transcripties, ook niet wanneer wordt aangenomen dat er nog een derde transscriptie is, zijn blootgesteld aan een verdenking en een vervolging. Zoals door de rechtbank is overwogen, waren er meerdere feiten waarop de toepassing van de dwangmiddelen, het redelijk vermoeden van schuld en de vervolging waren gebaseerd. Voor de conclusie dat er bij een juiste uitwerking van het telefoongesprek – wat die juiste uitwerking dan ook geweest moge zijn – geen verdenking en geen (verdere) vervolging zou zijn geweest, hebben [appellanten] onvoldoende feiten aangedragen. Daarom kan ook in het midden blijven of er nog een derde uitwerking van het gesprek is geweest en kan de uitkomst van het onderzoek van The Maastricht Forensic Institute evenmin tot een andere conclusie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9, en de alinea staat in dat document op bytes 33073 tot 34000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99617528b9f0f1be7bc5fc16570cbefbb854ad850d06d532bd5fb6903cf300e9 | shasum -a 256