Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016

Onder 5.8 Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:446.

De in het boek aan Rabobank gemaakte, en enigszins op haar (oud-)medewerkers afstralende verwijten zijn niet zo ernstig als Rabobank heeft doen voorkomen (zie de rovv. 4.2, 4.3 en 5.1). Die (oud-)medewerkers zijn – naar RED c.s. hebben gesteld (in punt 39 AD) en door Rabobank niet toereikend is betwist (zie punt 52 MvA) – uitsluitend in een werksituatie en, de vermelding van hun namen buiten beschouwing gelaten, zonder enige verwijzing naar hun privéleven opgevoerd, waarbij de daarbij gebezigde feitelijke beschrijvingen voor juist moeten worden gehouden (zie rov. 5.6). Onder deze omstandigheden lag het niet in de lijn der verwachtingen dat die (oud-)medewerkers in de uitoefening van hun werk of in hun privésfeer negatieve gevolgen van meer dan beperkte betekenis zouden ondervinden van het feit dat zij in het boek bij naam werden vermeld, hetgeen bevestiging vindt in rov. 4.5, waarin is toegelicht dat er geen reden is om aan te nemen dat dit de facto wel is gebeurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c774c58712c8c125aeffb0aebb7e40046471745238fa0faedee32093bd633daf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c774c58712c8c125aeffb0aebb7e40046471745238fa0faedee32093bd633daf, en de alinea staat in dat document op bytes 32374 tot 33410.