Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016

Onder 5.9 Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:446.

Uit het onder 5.2 t/m 5.4 overwogene blijkt dat het boek mede het algemeen belang dient, terwijl uit het onder 5.5 en 5.8 overwogene volgt dat de bij de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting behorende plichten en verantwoordelijkheden (lid 2 van artikel 10 EVRM) niet zijn veronachtzaamd: onder meer is Rabobank de mogelijkheid tot weerwoord geboden, zijn haar (oud-)medewerkers niet nodeloos vermeld in het boek en hoefde van die vermelding geen ernstige gevolgen voor hen te worden verwacht. Onder deze omstandigheden moet in dit geval aan de vrijheid van meningsuiting van RED c.s. een (niet on-)aanzienlijk gewicht worden gehecht, in ieder geval een gewicht dat groter is dan het tamelijk geringe gewicht dat in dit geval toekomt aan het recht op goede naam/eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de (oud-)medewerkers van Rabobank (zie rov. 4.6). Zoals RED c.s. in het kader van hun grief V (in punt 42 AD) hebben bepleit, valt de in rov. 3.3 bedoelde afweging dus in het voordeel van RED c.s. uit, en niet, zoals de voorzieningenrechter heeft geoordeeld, in het voordeel van Rabobank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c774c58712c8c125aeffb0aebb7e40046471745238fa0faedee32093bd633daf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c774c58712c8c125aeffb0aebb7e40046471745238fa0faedee32093bd633daf, en de alinea staat in dat document op bytes 33489 tot 34609.