Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 januari 2016
Onder 2.2 Gerechtshof Den Haag 12 januari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:470.
Inmiddels heeft het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 15 december 2015, zaaknummer 200.123.722/01 bekend gemaakt dat hij, gezien de gerezen twijfels over de (on)eerlijkheid van bedingen als artikel 6 van de Bijzondere voorwaarden en het feit dat deze kwestie niet alleen in de onderhavige zaak maar ook in een groot aantal andere aan het hof (en ook aan andere gerechten, zo is het hof uit eigen wetenschap bekend) ter beoordeling voorgelegde zaken onderwerp van geschil is, voornemens is prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Deze vragen zijn bedoeld om het hof in staat te stellen om, met behulp van de daarop te geven antwoorden, in deze en andere concrete zaken te beslissen of artikel 6 Bijzondere voorwaarden een beding is dat uit het oogpunt van de in de Richtlijn 93/13 gegeven criteria oneerlijk is en dus buiten toepassing dient te blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efa982c3f743407b617a6368ae2459a476b43ed78fed547c187fe8f6abff48b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efa982c3f743407b617a6368ae2459a476b43ed78fed547c187fe8f6abff48b, en de alinea staat in dat document op bytes 6382 tot 7260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5efa982c3f743407b617a6368ae2459a476b43ed78fed547c187fe8f6abff48b | shasum -a 256