Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016

Onder 1.7. Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:486.

2. In conventie heeft TIO - zakelijk weergegeven - gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van het onbetaald gelaten bedrag van € 798,90 aan hoofdsom en een bedrag van € 810,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, beide bedragen te vermeerderen met wettelijke rente. Voorts heeft TIO gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten. TIO heeft primair aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat zij met [geïntimeerde] een overeenkomst heeft gesloten en dat op grond van die overeenkomst op [geïntimeerde] een verbintenis rust tot betaling van het (volledige) cursusgeld, en subsidiair dat genoemde verbintenis voortvloeit uit het annuleringsbeding. Meer subsidiair maakt TIO aanspraak op volledige betaling op grond van artikel 7:411 lid 2 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a78506e93e9c5479cf51cab329154dc65455f65ff69357387f5a6005926ccb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a78506e93e9c5479cf51cab329154dc65455f65ff69357387f5a6005926ccb1, en de alinea staat in dat document op bytes 10949 tot 11779.