Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016

Onder 1.7. Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:486.

19. Het annuleringsbeding bepaalt aan de ene kant dat de cursist te allen tijde mag opzeggen. Aan de andere kant heeft TIO op grond van het annuleringsbeding in geval van opzegging in alle gevallen, ongeacht de omstandigheden, recht op het volledige cursusgeld (loon). Daarmee is naar het oordeel van het hof geen sprake van een reële mogelijkheid tot opzegging en is het annuleringsbeding strijdig met (de geest van) de artikelen 7:408 lid 1 BW en 7:411 BW. Dat klemt temeer omdat het in dit geval om een substantieel bedrag aan cursusgeld gaat (€ 12.600,00) en om een substantiële contractuele opleidingsduur (een volledig jaar). Gelet op de opleidingsduur bestaat een niet te verwaarlozen kans dat een cursist de opleiding, al dan niet buiten zijn schuld, voortijdig moet beëindigen. Die kans heeft zich in het onderhavige geval verwezenlijkt, nu [geïntimeerde] driekwart van de opleiding niet heeft kunnen volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a78506e93e9c5479cf51cab329154dc65455f65ff69357387f5a6005926ccb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a78506e93e9c5479cf51cab329154dc65455f65ff69357387f5a6005926ccb1, en de alinea staat in dat document op bytes 22258 tot 23194.