Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016

Onder 4.1. Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:565.

De rechtbank heeft [appellant 1 c.s.] bij vonnis van 17 april 2013 toegelaten bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit de juistheid blijkt van zijn stelling dat er ten tijde van de aangifte van het faillissement van [X] BV geen gebrek was aan opdrachten en er nog voldoende perspectief was voor [X] BV. Daarbij overwoog de rechtbank dat, in dat kader, ook bewijs zou kunnen worden bijgebracht van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat opdrachten van [X] BV zijn overgegaan op vennootschappen die juridisch of feitelijk aan haar gelieerd waren. Bij (eind-)vonnis van 25 juni 2014 heeft de rechtbank geoordeeld dat [appellant 1 c.s.] niet is geslaagd in het leveren van het bewijs en heeft zij de vorderingen afgewezen. [appellant 1] en [appellant 2] zijn in de gedingskosten veroordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815, en de alinea staat in dat document op bytes 23889 tot 24746.