Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016
Onder 5.10. Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:565.
Naar het oordeel van het hof kan uit de diverse verklaringen in het kader van het zojuist genoemde thema niet de conclusie worden getrokken dat er kort voor het faillissement van [X] BV sprake was van een (in potentie) substantiële orderportefeuille die basis kon vormen voor een verantwoorde voortzetting van de onderneming. Dat geldt ook als zelfs nog na eind januari 2009 (de datum waarop de activiteiten van [X] BV zouden worden beëindigd) enige werkzaamheden zouden zijn verricht. Uit de diverse verklaringen kan immers niet worden opgemaakt dat het hier om iets wezenlijk anders ging dan afrondende werkzaamheden in het kader van eerder ontvangen opdrachten. Dat projecten waaraan begin 2009 nog is gewerkt zijn afgebroken om [X] BV, zonder dat dit noodzakelijk was, gereed te maken voor faillietverklaring, volgt niet uit de getuigenverklaringen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815, en de alinea staat in dat document op bytes 33446 tot 34327.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815 | shasum -a 256