Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016
Onder 5.12. Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:565.
Voor zover [appellant 1 c.s.] uit de verklaring van getuige […] afleidt dat voorafgaand aan het faillissement omzet niet in [X] BV viel werd maar werd ontvangen door [geïntimeerde 2] (in privé), volgt het hof [appellant 1 c.s.] daarin niet. Uit de verklaring van […] is immers geenszins op te maken dat de marge waarover de getuige (zie nr. 3 van diens verklaring) sprak aan [geïntimeerde 2] en niet aan [X] BV ten goede kwam. Overigens is niet duidelijk in welke orde van grootte de met deze marges gemoeide omzet lag en dus ook niet of en in hoeverre deze omzet (in het verleden of) in de toekomst de kans op een winstgevende exploitatie van de onderneming zou hebben vergroot.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815, en de alinea staat in dat document op bytes 34796 tot 35509.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815 | shasum -a 256