Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016

Onder 5.15. Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:565.

[appellant 1 c.s.] nemen het standpunt in dat de financiële stand van zaken in [X] BV eind 2008 niet zo slecht was dat het faillissement onafwendbaar was. Daarbij is de strekking en betrouwbaarheid van de verschillende schriftelijke verklaringen van accountant […] aan de orde gekomen. Het hof stelt voorop dat [appellant 1 c.s.] terecht aanvoert dat accountant […] een samenstellingsopdracht had van [X] BV, zodat zijn taak beperkt was tot het op basis van gegevens uit de administratie van [X] BV samenstellen van de financiële verslaglegging. Een controle-opdracht, in de zin van artikel 2:393 BW was er niet. Hoewel dit impliceert dat de accountant geen onderzoek behoefde te doen naar de juistheid van de hem aangereikte gegevens, wordt van de accountant ( […] is register-accountant) wel verlangd dat hij zijn werkzaamheden, gezien de beroepsregels van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), integer en objectief, deskundig en zorgvuldig verricht. Waar accountant […] in zijn schriftelijke verklaringen kennelijk geen aanleiding heeft gezien vraagtekens te plaatsen bij de kwaliteit van de hem aangereikte informatie, heeft de rechtbank terecht gewicht toegekend aan de informatie die de heer […] in zijn diverse schriftelijke verklaringen heeft verstrekt. Uit de door hem samengestelde jaarrekening 2007 en tussentijdse jaarrekening per 30 september 2008 blijkt een verlies na belastingen van € 44.000,-- in 2007 en een eigen vermogen van € 22.640,-- per 31 december 2007; een verlies na belastingen van € 11.900,-- over de eerste negen maanden van 2008 en een daardoor tot € 11.450,-- gedaald eigen vermogen per 30 september 2008. Of de verklaringen van de heer […] “het bewijs” van de stellingen van [geïntimeerde 1 c.s.] verschaffen is niet aan de orde. [appellant 1 c.s.] is immers belast met het bewijs van zijn stelling dat misbruik van bevoegdheid is gemaakt, in het kader waarvan het op zijn weg ligt feiten en omstandigheden te stellen waaruit blijkt dat de gepresenteerde financiële positie van [X] BV, in strijd met de werkelijkheid, een te somber beeld schetste. Dat de schulden zoals die bij de aangifte tot faillietverklaring aan de rechtbank zijn gepresenteerd wellicht wat lager waren, en sommige schuldeisers niet aandrongen op nakoming althans “vriendelijk” waren, kan niet tot de conclusie leiden dat met het doen van de aangifte misbruik van bevoegdheid is gemaakt. Dat onverantwoord hoge management fees in rekening zijn gebracht is niet deugdelijk onderbouwd. De aandeelhouder en het bestuur hebben een afweging gemaakt die, gezien de bestaande schuldenpositie te billijken is, zeker als vooruitzichten op het inlopen van verliezen er niet of onvoldoende zijn. Mogelijk had de vennootschap het nog enige tijd kunnen uitzingen voordat een crediteur het faillissement zou aanvragen, zoals de heer […] RA in een van zijn toelichtingen stelt, dat maakt echter niet dat het aanvragen van het faillissement in maart 2009 misplaatst was. De grieven 15 en 16 treffen daarom geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815, en de alinea staat in dat document op bytes 38359 tot 41502.