Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016

Onder 5.17. Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:565.

Met grief 19 bepleit [appellant 1 c.s.] dat de rechtbank hem te hulp had moeten komen met een “rechterlijk vermoeden”, omdat al hetgeen naar voren is gebracht tezamen genomen het beeld oplevert dat misbruik van bevoegdheid is gemaakt. Dat er op enkele punten vraagtekens zijn te plaatsen, heeft de rechtbank niet willen verhelen en kwam hiervoor ook aan de orde. Niettemin kwam de rechtbank tot de conclusie dat al hetgeen naar voren is gebracht door [appellant 1 c.s.] , met inbegrip van alle onder ede afgelegde getuigenverklaringen, onvoldoende gewicht heeft om te kunnen oordelen dat misbruik van bevoegdheid is gemaakt en aldus onrechtmatig jegens [appellant 1 c.s.] is gehandeld. Ook het hof komt tot die conclusie, met inachtneming van hetgeen in hoger beroep nog nader is aangevoerd en met de in hoger beroep overgelegde producties daarbij in ogenschouw genomen. Hetgeen wel is komen vast te staan levert niet voldoende gewicht op om, zoals [appellant 1 c.s.] wenst, het voordeel van de twijfel gegund te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40a3090f5fc7b04aa48567f0a862c2e6c6cba8d34b27d881817a2ff46fc87815, en de alinea staat in dat document op bytes 42372 tot 43434.