Citaat | Gerechtshof Den Haag 13 januari 2016
Onder 4.2. Gerechtshof Den Haag 13 januari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 13 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:62.
Belanghebbende stelt primair dat geen sprake is van verhuur omdat de woningen om niet of tegen een zeer geringe, slechts symbolische vergoeding ter beschikking worden gesteld aan onvermogende vrouwen, overeenkomstig de in 1755 door [Y] neergelegde intenties. Voor de invulling van het begrip huurwoning, zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Wet verhuurderheffing dient aansluiting te worden gezocht bij het begrip huur in de zin van artikel 7:201 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De omstandigheid dat een vergoeding wordt betaald houdt niet zonder meer in dat sprake is van een tegenprestatie en daarom van huur. De vergoeding is slechts symbolisch. De hoogte van de vergoeding houdt geen verband met de omvang van de woning en staat niet in een redelijke verhouding tot het woongenot. Op grond van de jurisprudentie staat de lage vergoeding aan de kwalificatie als huurovereenkomst in de weg. De overeenkomst die de bewoonsters sluiten heeft de kenmerken van een bruikleenovereenkomst, nergens wordt gesproken van huur. Het verrichten van dagelijkse reparaties dat voor rekening van de bewoonsters zelf komt, geldt niet als tegenprestatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23b3659be03ebc8a669df0f51361e12970745ec3fe29bc710c25d9b2058caa40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23b3659be03ebc8a669df0f51361e12970745ec3fe29bc710c25d9b2058caa40, en de alinea staat in dat document op bytes 12053 tot 13218.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23b3659be03ebc8a669df0f51361e12970745ec3fe29bc710c25d9b2058caa40 | shasum -a 256