Citaat | Gerechtshof Den Haag 13 januari 2016

Alinea 44 Gerechtshof Den Haag 13 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 13 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:62.

12. Vast staat dat de woningen daadwerkelijk door de bewoonsters als hoofdverblijf en zelfstandig worden bewoond. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat de vergoeding die een bewoonster moet betalen, wordt vastgesteld al naar gelang de grootte van het huisje van de bewoonster en de daarin aanwezige voorzieningen en naar het inkomen van de bewoonster. Naar het oordeel van de rechtbank wordt daarmee voldaan aan de kenmerken van huur in de zin van artikel 7:201 van het BW, namelijk dat de woningen in gebruik worden gegeven en de bewoners worden verbonden tot een tegenprestatie, die in dit geval bestaat uit het betalen van een vergoeding die in relatie staat tot het te verschaffen woongenot. De rechtbank is daarom van oordeel dat bij het in gebruik geven van een woning, tussen eiseres en de bewoonster een huurovereenkomst wordt gesloten. Dat de vergoedingen laag zijn en het bewoningsreglement allerlei bijzondere gedrags- en gebruiksregels bevat die bij een huurovereenkomst niet gebruikelijk zijn, maakt dit niet anders. Nu tevens vaststaat dat het hofje uit meer dan tien woningen bestaat, heeft verweerder eiseres terecht aangemerkt als belastingplichtig voor de verhuurderheffing en aan haar de naheffingsaanslag opgelegd. Het beroep is ongegrond.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23b3659be03ebc8a669df0f51361e12970745ec3fe29bc710c25d9b2058caa40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23b3659be03ebc8a669df0f51361e12970745ec3fe29bc710c25d9b2058caa40, en de alinea staat in dat document op bytes 16541 tot 17818.