Citaat | Gerechtshof Den Haag 29 maart 2016
Onder 2.16 Gerechtshof Den Haag 29 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 29 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:725.
8. Ad c): Het hof overweegt dat eerst achteraf is gebleken dat [P] niet betrouwbaar was, en dat hij weliswaar diverse potentiële financiers heeft geïntroduceerd maar dat bij het waarheidsgehalte daarvan vraagtekens kunnen worden geplaatst. De Accountantskamer heeft in zijn beslissing van 21 december 2012 geoordeeld dat aan [geïntimeerde sub 2] kan worden verweten dat hij op geen enkel moment in het traject aanleiding heeft gezien vraagtekens te plaatsen bij de handelwijze van [P] , en dat hij zich onvoldoende kritisch heeft opgesteld in de contacten met [P] en de door hem voorgestelde financiers. Het hof is echter van oordeel dat één en ander nog niet meebrengt dat de door [appellant] geleden schade, bestaande uit de door [geïntimeerde sub 2] nodeloos gemaakte kosten, in redelijkheid moet worden toegerekend aan de – veronderstellenderwijs aangenomen – onvoldoende kritische houding van [geïntimeerde sub 2] . Daarbij acht het hof van belang dat [P] niet door [geïntimeerde sub 2] is geïntroduceerd maar zichzelf bij [X] / [appellant] heeft gemeld, dat [P] van [X] een managementfee ontving voor zijn werkzaamheden van € 10.000,- per maand, dat niemand, ook een ervaren zakenman als [appellant] zelf niet, ooit enige argwaan jegens [P] heeft gekoesterd en dat [P] kennelijk erg overtuigend overkwam en bij zijn handelingen – naar achteraf aannemelijk is geworden – gebruik heeft gemaakt van listige kunstgrepen om de waarheid te verbloemen. Dat álle door [P] voorgestelde potentiële financiers zonder uitzondering verzonnen waren, is bovendien niet komen vast te staan. Het hof is dan ook van oordeel dat, voor zover sprake is van door [geïntimeerde sub 2] nodeloos gemaakte kosten, de rechtens relevante oorzaak daarvan gelegen is in het onrechtmatig handelen van [P] . Indien tijdig zou zijn ontdekt dat [P] niet deugde, zouden de door [geïntimeerde sub 2] gemaakte kosten mogelijk (deels) zijn voorkomen. Dat dit niet gebeurd is, is echter niet aan [geïntimeerde sub 2] te verwijten. Geen van de betrokkenen heeft enige argwaan gehad jegens [P] en aanleiding gezien tot het doen van nader onderzoek. Niet valt in te zien dat van [geïntimeerde sub 2] , die geen bijzondere expertise had op het gebied van de beoordeling van de betrouwbaarheid van potentiële financiers, als redelijk bekwaam en redelijk handelend [functie] anders mocht worden verwacht. Ook dit deel van grief 2 wordt derhalve verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63db34aaf95a8e7d9089aecb398d07bff05712ad472738bbf46dc77dc43b1f3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63db34aaf95a8e7d9089aecb398d07bff05712ad472738bbf46dc77dc43b1f3a, en de alinea staat in dat document op bytes 20275 tot 22730.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63db34aaf95a8e7d9089aecb398d07bff05712ad472738bbf46dc77dc43b1f3a | shasum -a 256