Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016

Onder 3.3 Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:819.

Als in een beroepsprocedure wordt aangevoerd dat de geraamde baten de geraamde lasten ter zake hebben overschreden, is het primair aan [de heffingsambtenaar] inzicht te verschaffen in de ramingen. Dat kan op basis van de gemeentelijke begroting, maar ook op basis van andere gegevens. Het verstrekken van nadere inlichtingen door [de heffingsambtenaar] wordt uitsluitend verlangd voor zover eiser voldoende gemotiveerd heeft gesteld waarom naar zijn oordeel ten aanzien van een of meer bepaalde posten in de raming redelijke twijfel bestaat of sprake is van een last ter zake. Aan de nadere inlichtingen die [de heffingsambtenaar] in dat geval dient te verstrekken, mag geen zwaardere eis worden gesteld dan dat [de heffingsambtenaar] naar vermogen – dat wil zeggen in de mate waarin hij daartoe in de gegeven omstandigheden in redelijkheid in staat is – duidelijk maakt op grond waarvan hij de door eiser opgeworpen twijfel betwist, en waarom dus naar zijn oordeel de door eiser opgeworpen twijfel ongegrond is. Hierbij geldt voorts dat pas dan plaats voor een correctie van de omvang van een raming, indien [de heffingsambtenaar] deze opbrengsten en lasten niet in redelijkheid op die bedragen heeft kunnen ramen (vergelijk Hoge Raad van 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:777).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b49f86de7bfe0d9855a7bbf3b21f2823dd9d231f59bf8f51407899f2c55c900. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b49f86de7bfe0d9855a7bbf3b21f2823dd9d231f59bf8f51407899f2c55c900, en de alinea staat in dat document op bytes 18498 tot 19791.