Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016

Alinea 224 Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:851.

Voorts ziet het hof, anders dan de verdediging, geen aanleiding om te twijfelen aan de verslaglegging van de infiltranten of informant. De verslagleggingen omtrent hetgeen zich tijdens de ontmoetingen met de verdachte heeft afgespeeld en met de verdachte is besproken, vindt, voor zover hier relevant, in de kern niet alleen steun in de latere verklaringen van de infiltranten en informant tegenover de rechter-commissaris, maar bovendien, voor wat betreft de verslaglegging van de infiltranten, in de hiervoor aangehaalde statement van de infiltranten. Deze opvolgende verklaringen en bevindingen zijn onderling consistent. Daarbij komt dat de verdachte omtrent de onderhavige ontmoetingen wisselende verklaringen heeft afgelegd en hij de verklaringen en verslagleggingen van de informant en de infiltranten op cruciale punten niet heeft tegengesproken. Bijzondere omstandigheden, die tot een ander oordeel zouden hebben kunnen of moeten leiden, zijn ook overigens niet aannemelijk geworden. Het hof gaat derhalve aan het verweer van de verdediging op dit punt voorbij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557, en de alinea staat in dat document op bytes 57142 tot 58226.