Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016

Alinea 235 Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:851.

Het hof merkt daarbij op dat datgene wat onder feit 1 eerste cumulatief/alternatief onder A., B., D. en E. feitelijk is ten laste gelegd, op zichzelf niet tot een bewezenverklaring van het onder 1 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde leidt. Met het openbaar ministerie is het hof van oordeel dat deze feitelijke verwijten het feitelijk handelen als beschreven onder C. nader inkleuren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557, en de alinea staat in dat document op bytes 62452 tot 62862.